Verslaving binnen de kerk: "Dát komt bij ons gelukkig niet voor!"
"Ik had een masker op, voelde me ongemakkelijk en zondig. Ik heb dan ook nooit met de gedachte geleefd dat de kerk iets voor mij kon betekenen", vertelt André (43), een ex-verslaafde. "Maar toen ik eindelijk durfde te vertellen dát ik een alcoholprobleem had, verklaarden ze dat ik van een mug een olifant maakte. Zó erg kon mijn probleem toch niet zijn?"
Het verhaal van André is niet uniek. Zo vertelt een gast van De Hoop: "Ik denk dat ze in de gemeente allemaal wel wisten dat ik een probleem had. Toch kreeg ik pas daadwerkelijk hulp toen ik zélf hulp zocht. Dit gebeurde in de vorm van gesprekken met een pastoraal werker. Ook kreeg ik hulp bij mijn verhuizing. Maar nu ik bij De Hoop ben, hoor ik niets meer van de gemeente. Ik krijg het gevoel van: opgeruimd staat netjes."
Mijn kind doet dat niet Verslaving binnen de kerk is een onderwerp dat vaak wordt ontkend, áls er al over wordt gesproken. ‘Dát komt bij ons gelukkig niet voor', wordt er dan gereageerd of: ‘Mijn kind doet dat niet!'. De Hoop heeft in het jaar 2000 een onderzoek gedaan naar het gebruik van verslavende middelen onder christen jongeren. In dit onderzoek komt duidelijk naar voren dat christen-jongeren qua roken, drinken, maar ook wat betreft drugsgebruik en gokken niet of nauwelijks verschillen van hun niet-christelijke leeftijdgenoten. De kans om verslaafd te raken, beperkt zich niet tot de jongeren buiten de gemeente.
Niet geaccepteerd André: "Waar ik op stuitte binnen mijn gemeente, was het gebrek aan motivatie van gemeenteleden om zich te verdiepen in mijn situatie. En omdat ze niet wisten hóe ze met het probleem dat ik hen voorschotelde, om moesten gaan, voelde ik me niet geaccepteerd. Soms voelde ik me zelfs gemeden. Gemeenteleden lieten mij, voor mijn gevoel, links liggen."
Kennis Het gebrek aan kennis van verslaving, verslavende middelen en het herkennen van de signalen, lijken de ontkenning van de verslavingsproblematiek in de hand te werken. Dr. W.H. Velema beweert in zijn boek Mateloos: "In een grote gemeente, zo moet gevreesd worden, is er minstens één verslaafde. In een middelgrote gemeente is de káns daarop bijzonder groot. In een kleine gemeente kan de pastor er niet van uitgaan dat er géén verslaafde is."
‘Christelijke verslaafden' Velema schrijft verder: "Ik heb voor het zojuist gezegde geen statistiek als bewijsmateriaal. Ik ga ervan uit dat verslaving een problematiek is, die breder voorkomt dan velen verwachten. Vooral omdat het probleem ontkend of weggeduwd wordt, zijn de ogen van gemeenteleden voor verslaving binnen de gemeente vaak gesloten; behalve bij direct betrokkenen." Er zijn zoals Velema zegt, geen cijfers bekend over het aantal ‘christelijke verslaafden' in Nederland. Toch meldt een hoog aantal mensen met een kerkelijke achtergrond zich aan bij De Hoop en bij andere christelijke instellingen. Hieruit blijkt dat er zeker ook onder christenen behoefte is aan (verslavings)hulpverlening. Verslaving beperkt zich immers niet tot bepaalde groepen in de samenleving. Actueel is bijvoorbeeld de bewustwording van het hoge aantal alcoholisten in de upper class van de samenleving, de managers en directeuren.
Bewustwording van verslaving Het feit dat er verslaving is binnen de kerk - bij jong én oud - vereist een bewustwording binnen de kerken in Nederland. "Samen met een medediaken bracht ik een bezoek aan De Hoop. Tijdens dit bezoek realiseerden we ons dat de verslavingsproblematiek enorm is in Nederland. En dat het niet anders kón of er zouden ook in onze kerk gemeenteleden zijn die kampen met een verslaving. Daar schrokken we erg van", aldus Dirk, diaken in een christelijke gereformeerde kerk. "We beseften dat we onvoldoende kennis in huis hadden om deze mensen met een verslavingsprobleem te kunnen opvangen.
Hulpmogelijkheden Door het lezen van boeken over drugs en alcohol maar ook over eetstoornissen als anorexia, begonnen we door te krijgen hoe moeilijk verslaafde christenen het hebben. Aan de ene kant willen ze graag bij de gemeente horen. Aan de andere kant voelen ze diepe schaamte omdat ze niet zonder iets kunnen. Of dat nou alcohol is of pornografie. Binnen elke kerk zouden mensen moeten zijn die bekend zijn met verslaving, verslavende middelen én de mogelijkheden tot opvang of andere hulpmogelijkheden. Als er kennis van zaken en openheid is, kan iemand daadwerkelijk worden geholpen."
De gemeente als vangnet Wat heeft een gemeente - naast kennis van de problematiek - nodig om een verslaafde binnen de gemeente te kunnen helpen? "Het is mijns inziens belangrijk dat er respect is voor de verslaafde als mens, als persoon. Daarnaast kunnen we als gemeente voorwaarden scheppen die hem of haar kunnen helpen. Denk bijvoorbeeld aan het creëren van veiligheid; dat iemand niet wordt afgewezen. Ook is er een vangnet nodig voor crisissituaties; dat er dus mensen zijn die zo'n persoon kunnen opvangen wanneer dat nodig is", aldus drs. J. Plug, predikant binnen de gereformeerde kerken vrijgemaakt.
Vertrouwenspersoon Gelukkig zijn er ook verhalen van ex-verslaafden die zeggen goed begeleid te zijn door hun gemeente. Neem het verhaal van Breus, gast bij De Hoop. "Ik ben zelf erg open geweest over mijn verslaving. Ik heb het onder andere aan mijn voorganger en enkele vertrouwenspersonen verteld. Ik heb toen begeleiding gehad in de vorm van gesprekken waarin we ook hebben gebeden. Nu ik bij De Hoop zit, ben ik tijdelijk bij een andere gemeente, maar ik ga binnenkort voorlichting geven aan de jeugd in mijn ‘oude' kerk. Ze waarderen het dat ik zo open durf te zijn."
Toerusting Nu is Breus zelf open geweest, maar hoe zit het als een verslaafde niet over zijn probleem durft te praten? Hoe kan een verslaving worden gesignaleerd? Een verslaafde zal inderdaad niet snel toegeven dat hij of zij een probleem heeft. Daarom is het belangrijk dat de tekenen die bij elke verslaving horen, bekend zijn. Om een verslaving te kunnen signaleren, is het noodzakelijk dat er studie, door bijvoorbeeld de ambtsdragers, wordt gedaan. Deze studie kan zich richten op de verschillende vormen van verslaving, verslavende middelen en op welke tekenen bij deze verslavingen naar voren komen. Dit toerusten van bijvoorbeeld de ambtsdragers kan óók worden gebruikt als het proces gericht is op het voorkómen van probleemgebruik en verslaving. Dirk: "We moeten anders gaan denken. Dachten we eerst ‘Bij ons gebeurt dat niet' dan denken we nu ‘Hoe kunnen wij onze verslaafde gemeenteleden een eind de goede weg op helpen?' En áls ze hulp zoeken bij een kliniek moeten wij niet stóppen met onze belangstelling en hulp. Gebed en zorg voor de directe betrokkenen blíjven nodig."
|