Trouwen of samenwonen?
Waar in de Bijbel staat er dat je op het stadhuis moet trouwen? Je kan toch ook gewoon met elkaar tegenover de Heer elkaar levenslange trouw beloven? Wat heeft een overheid die niets met God te maken wil hebben, daarmee te maken? Het gaat uiteindelijk toch om een zaak tussen ons en God. Of is er een bijbelse grond voor het burgerlijk huwelijk?
Om deze vragen te kunnen beantwoorden, moeten we een onderscheid maken tussen het instituut huwelijk en de ceremonie die dat instituut omgeeft. Het instituut huwelijk is de essentie van het huwelijk zoals God dat in Zijn Woord ingesteld heeft: verlaten, aanhangen en tot een vlees zijn. Het huwelijk als instituut is onveranderlijk: er kan niets afgedaan worden, en er kan niets aan toegevoegd worden. Het is door God ingesteld en vastgelegd, en staat buiten en boven de cultuur.
De ceremonie die het huwelijk omringt is duidelijk cultureel bepaald. Zo kwam in Isra'l de verloving tot stand doordat iemand zijn dochter ten huwelijk beloofde. Dit gebeurde op zeer jonge leeftijd, en het is dus begrijpelijk dat de ouders deze beslissing namen, vaak zonder overleg met de jongen en het meisje die gingen trouwen. Verder was de bruidegom verplicht om aan de vader van de bruid een bruidsprijs te betalen (Exodus 22:16 -17). Verder werden er, als dank voor het aanvaarden van het huwelijksaanzoek, geschenken aan het meisje en haar familie gegeven. Deze huwelijksgift wordt duidelijk onderscheiden van de bruidsprijs (Genesis 34:12 ). De eigenlijke trouwplechtigheid bestond uit een bruiloftsfeest dat normaal zeven dagen duurde, maar het echtpaar bracht wel reeds de eerste nacht van het feest tezamen door: (Genesis 29:20 -23). Tot de eerste huwelijksnacht was de bruid gesluierd. Dit verklaart waarom Jakob het bedrog van zijn schoonvader pas merkte wanneer het al te laat was (Genesis 29:25 ). Als bewijs van de maagdelijkheid diende het laken.
Geen religieuze ceremonie In het ceremoniele deel van het huwelijk was er geen religieus aspect aanwezig. Door het bruiloftsfeest, waarop iedereen die wat met het bruidspaar te maken had, uitgenodigd werd, was het voor de hele gemeenschap duidelijk: deze twee hebben zich voor het leven aan elkaar verbonden. We weten uit geschriften van de vijfde eeuw voor Christus dat het huwelijkscontract bij de Joden vaak schriftelijk werd vastgelegd. Ook het apocriefe boek Tobias maakt melding van een dergelijk "burgerlijk" huwelijk met een geschreven contract.
Wel een burgerlijk huwelijk "In de tweede plaats doet gij dit: gij bedekt met tranen het altaar des Heren, onder geween en gezucht, omdat Hij zich niet meer tot het offer wendt, noch het uit uw hand aanneemt als welgevallig. En dan zegt gij: Waarom? Omdat de Here getuige geweest is tussen u en de vrouw uwer jeugd, aan wie gij ontrouw geworden zijt, terwijl zij toch uw gezellin en uw wettige vrouw is." (Maleachi 2:13 -14).
In dit bijbelgedeelte zien we dat de relatie met de Heer onder druk gezet wordt door het niet in acht nemen van de huwelijkstrouw. De reden is tweevoudig: enerzijds is de Heer Zelf getuige van het huwelijk, en anderzijds is de partner tegelijk gezellin en wettige vrouw. In dit gedeelte wordt er dus van uitgegaan dat de huwelijkspartner niet enkel een gezellin is, maar dat er tegelijk ook sprake is van een juridisch contract waar God Zelf aanspraak op maakt als het fout gaat in de huwelijksrelatie.
Dat het huwelijk in Israël in eerste instantie een sociale en een juridische zaak was, wordt mooi ge - llustreerd door de geschiedenis van Ruth en Boaz. Ruth legt zich, op aanraden van haar schoonmoeder Naomi, ongemerkt op de dorsvloer aan de voeten van Boaz neer, in de hoop dat deze haar als losser tot vrouw zal nemen. Het is interessant om het verdere verloop van deze zeer bijzondere situatie te zien:
"Het gebeurde nu te middernacht dat de man wakker schrok en om zich heen greep en zie, daar lag een vrouw aan zijn voeteneind." (Ruth 3:8 ). In plaats van op de toch wel zeer directe uitnodiging van Ruth in te gaan en Ruth tot vrouw te nemen, zegt Boaz: "Nu dan, weliswaar ben ik losser, maar er is nog een losser, nader dan ik." (Ruth 3:12 ). De volgende ochtend begeeft Boaz zich dan naar de poort van de stad, roept tien van de oudsten bij zich, en regelt daar dan officieel, voor de burgerlijke en juridische instanties de zaak van het losserschap met de eerste losser in lijn. Pas daarna, als alles officieel geregeld is, neemt hij Ruth tot vrouw. Dit burgerlijke en juridische aspect van het huwelijk wordt ook nog ge - llustreerd door het feit dat men zich bij geschillen eerder tot de burgerlijke dan de geestelijke instanties wendde. Als een man zijn vrouw na het huwelijk in opspraak bracht door te stellen dat ze geen maagd meer was toen hij haar als bruid nam, "dan zullen de vader en de moeder van het meisje de bewijzen van de maagdelijkheid van het meisje nemen en tot de oudsten van de stad, naar de poort brengen." Deuteronomium 22:13
Wanneer trouwen we dan? Verlaten, aanhangen en tot een vlees worden wordt ons in de Bijbel gepresenteerd als een contract met drie partijen. De bruidegom, de bruid en God Zelf verbinden zich in een contract dat gesloten wordt met de hele gemeenschap als getuige. Het is een publieke zaak waar iedereen in de gemeenschap bij betrokken hoort te worden. Ook voor ons, vandaag nog, is een burgerlijk contract de enige manier waarop aan een dergelijke inhoud ceremonieel vorm gegeven kan worden. Een contract met getuigen die optreden als vertegenwoordigers van de gemeenschap is de enige wettige manier die openbare geldigheid aan de gesloten huwelijksovereenkomst verleend. De beloften die een paar aflegt voor de ambtenaar van de burgerlijke stand zijn bindend. Een burgerlijk contract met getuigen is immers in onze maatschappij nog steeds de enig aangewezen manier om de gemeenschap in kennis te stellen van een overeenkomst die ook hen aangaat. Man en vrouw trouwen door hun "Ja"-woord op het stadhuis. Het is de enige ceremonie die binnen onze cultuur vorm kan geven aan hun beslissing om te verlaten, aan te hangen en tot een vlees te zijn.
Betekent dit alles dat het kerkelijk huwelijk dan geen zinvolle ceremonie is? Zeer zeker niet! Alleen is het kerkelijk huwelijk geen "huwelijk" in de strikte zin van het woord, omdat het bruidspaar reeds eerder op het stadhuis getrouwd is. Steeds meer bruidsparen kiezen ervoor om de beloften die op het stadhuis zijn gedaan, in de kerk niet te herhalen, maar om er een aantal beloften aan toe te voegen. In de kerk worden, nu met de gemeente als getuige, een aantal beloften toegevoegd aan de toch wel minimale beloften op het stadhuis.. Het is zinvol dat het jonge stel elkaar in de gemeente belooft dat, wat ook de omstandigheden van de toekomst mogen zijn, deze verbintenis voor het leven is, dat ze elkaar zullen liefhebben en behandelen zoals het een christen man of vrouw betaamt. Door de gemeente bij het uitwisselen van deze beloften als getuige te betrekken, nodigt het nieuwe echtpaar de gemeente uit om toezicht te houden op de naleving van hun beloften, en om hen er op aan te spreken mocht het in de toekomst fout gaan. Doe het een en laat het ander niet na! Hoewel de huwelijksceremonie kan verschillen per cultuur, is bij ons het burgerlijk huwelijk nog steeds onmisbaar om in een geschikte ceremonie voor het instituut van het huwelijk te voorzien. Er is geen andere ceremonie die even goed vorm geeft aan het idee van een maatschappelijk en een bindend contract.
|