Borderline en verslaving: een oproep tot structuur en grenzen
"Tja, ik was weer alleen en ik voelde me zo slecht dat ik weer werd aangetrokken tot de drugs: even een blow om me beter te voelen,. Maar na te hebben geblowd, kwam de zelfhaat opzetten en heb ik weer een mes gepakt en ben ik me gaan snijden. Dit gaf me wat opluchting, maar later kwam de schaamte en het schuldgevoel. Ik bak er niks van en het liefst stap ik er uit!" (cliënt met borderlineproblematiek) Het lijkt vandaag de dag een term die vaker dan ooit genoemd wordt bij mensen met psychische problemen: Borderline. Soms lijkt de diagnose wel erg snel gesteld te worden. In de DSM-IV-classificatie van de American Psychiatric Association (deze classificatie van psychische problematiek wordt wereldwijd gebruikt in de psychiatrie) wordt het volgende geschreven over de zogenaamde borderlinepersoonlijkheidsstoornis:
Een diepgaand patroon van instabiliteit in intermenselijke relaties, zelfbeeld en affecten en van duidelijke impulsiviteit, beginnend in de vroege volwassenheid en tot uiting komend in diverse situaties zoals blijkt uit vijf of meer van de volgende: - krampachtig proberen te voorkomen om feitelijk of vermeend in de steek gelaten te worden
- een patroon van instabiele en intense intermenselijke relaties gekenmerkt door wisselingen tussen overmatig idealiseren en kleineren (de ander ofwel helemaal op een voetstuk zetten of de ander heeft helemaal afgedaan)
- identiteitsstoornis: duidelijk en aanhoudend instabiel zelfbeeld of zelfgevoel (niet goed weten wie je nu echt bent)
- impulsiviteit op ten minste twee gebieden die in potentie de betrokkene zelf kunnen schaden (bijvoorbeeld geld verkwisten, seksuele contacten, misbruik van middelen, roekeloos autorijden, vreetbuien)
- terugkerende suïcidale gedragingen, of dreigingen van suïcide, of automutilatie
- affectlabiliteit als gevolg van duidelijke reactiviteit van de stemming (bijvoorbeeld periodes van intense somberheid, prikkelbaarheid of angst, meestal enkele uren durend en slechts zelden langer dan een paar dagen)
- chronisch gevoel van leegte
- inadequate, intense woede of moeite kwaadheid te beheersen (bijvoorbeeld frequente driftbuien, aanhoudende woede of herhaaldelijk vechtpartijen)
- voorbijgaande, aan stress gebonden paranoïde ideeën of ernstige dissociatieve verschijnselen (disscociatie = een soort onbewust wegraken van jezelf in een pijnlijke situatie, uit zelfbescherming)
Het is belangrijk om te realiseren dat het hebben van minder dan vijf van bovenstaande kenmerken dus maakt dat iemand niet het etiket ‘borderliner' kan worden opgeplakt. Te gemakkelijk wordt tegenwoordig met deze term gesmeten en kunnen mensen zich daardoor in een hokje geduwd voelen. Of, ze hebben juist het gevoel eindelijk erkend te worden in hun problematiek. Het laatste kan goed zijn, maar het kan ook leiden tot een bepaalde gelatenheid: "Ik heb nu eenmaal een borderlinepersoonlijkheidsstoornis en daar kan ik ook niets aan doen." Daarom - en omdat de DSM-IV echt niets meer is dan een classificatiesysteem en dus geen diagnostisch systeem - lijkt het vaak beter om te spreken over borderlineproblematiek of borderlinekenmerken in de persoonlijkheid van een mens. Dan blijken nogal wat mensen inderdaad last te hebben van één of meer kenmerken van borderline. En laat één ding duidelijk zijn: als iemand last heeft van meerdere borderlinekenmerken, vormt dat een behoorlijke belasting voor diens leven. Het leven is bij deze persoon vaak meer overleven te noemen, terwijl hij of zij niet van anderen begrijpt hoe die zo makkelijk door het leven kunnen gaan. Om te kunnen veranderen - want verandering is mogelijk! - is een innerlijk genezingsproces van belang. Andere denk- en gedragspatronen moeten aangeleerd worden waardoor men beter voor zichzelf kan gaan zorgen en meer echt kan gaan leven in plaats van te overleven. Wanneer iemand met borderlinekenmerken verslaafd is aan bepaalde middelen (alcohol, drugs, vreetbuien), vormt dat een belemmering om tot genezing te komen. Het onder invloed zijn diende als vorm van zelfbescherming. Het was bijvoorbeeld een poging de innerlijke leegte op te vullen, zichzelf wat zekerder te voelen en niet alle angsten te hoeven voelen. Het is feitelijk onmogelijk om in therapie aan borderlineproblematiek te werken zonder ook de verslaving aan te pakken. Het blijkt overigens vast te staan dat borderlineproblematiek vaker voorkomt bij vrouwen dan bij mannen (85 procent versus vijftien procent). Ook lijkt zowel alcohol- als drugsverslaving sterk gerelateerd te zijn aan borderlineproblematiek. (7-22 procent).(1)
Hoe ontstaat borderlineproblematiek? Vaak lijkt er bij mensen met borderlineproblematiek sprake te zijn geweest van een hechtingsstoornis: in de vroege kindertijd zijn er problemen geweest in relatie tot belangrijke hechtingsfiguren zoals ouders/verzorgers. Hierdoor heeft de persoon in kwestie een gebrek aan basisveiligheid ontwikkeld en kan hij/zij zich erg moeilijk hechten (emotioneel binden aan anderen). Dit kan bijvoorbeeld gebeuren bij een kind dat lange tijd in het ziekenhuis heeft moeten liggen na de geboorte, terwijl de moeder ernstig ziek was en daardoor niet in staat was om langs te komen om haar kind te knuffelen en verzorgen. Of: het kind wordt door vreemden verzorgd. Dit kan bij het kind emoties oproepen die het niet aankan. Een nog ingrijpender situatie die voor hechtingsstoornissen kan zorgen, is wanneer een kind seksueel misbruikt wordt of mishandeld.
Eén psychologische risicofactor voor het ontstaan van borderlineproblematiek vinden we in de zogenaamde invaliderende communicatie in het gezin van herkomst: het kind krijgt niet de kans om eigen gevoelens, gedachten en voorkeuren te uiten want hier wordt niet, ontkennend of misprijzend op gereageerd. Bijvoorbeeld, het kind zegt: "ik heb dorst" en de ouders reageren met: "Nee je hebt geen dorst, zeur niet", in plaats van het kind te drinken te geven. Of, wanneer het kind huilt, zeggen de ouders zonder te kijken naar de oorzaak van het verdriet: "Hou op, huilebalk!"(in plaats van het kind te troosten). Volgens Linehan, die een speciale behandelmethode heeft opgezet voor mensen met borderlineproblematiek, leert een kind zo de emoties niet te reguleren en moet het voldoen aan een gezinsideaal. Het kind schrijft op een gegeven moment pijnlijke ervaringen toe aan zijn eigen negatieve eigenschappen. Je kunt beter het idee hebben dat je zelf slecht bent, dan te beseffen dat je in een onbetrouwbare omgeving leeft. Doordat het kind de negatieve gebeurtenissen aan zichzelf toeschrijft, leert het niet op een gezonde manier conflicten op te lossen. De zelfwaardering blijft hierdoor laag en het kind vertrouwt het eigen oordeelsvermogen niet meer. Dit heet invalidering: hij/zij wordt niet op waarde geschat in zijn/haar oordeelsvermogen en raakt in de war.
Seksueel misbruik kan gezien worden als een zeer invaliderende communicatie: het kind wordt in feite meegegeven dat het er niet toe doet wat hij/zij voelt; er wordt met zijn/haar gevoelens gespeeld en ernstig over diens persoonlijke grenzen heengegaan. Dit vergroot de instabiliteit en onzekerheid.
Biologische factoren lijken ook een rol te kunnen spelen: een kind kan een bepaalde aanleg hebben die hem/haar parten speelt met betrekking tot emoties. Kinderen die al vanaf hun geboorte sterk emotioneel reageren, hebben als baby en klein kind de zware taak om deze emoties de baas te worden. In sommige families komt de borderlineproblematiek meer voor dan in andere. Dat kan betekenen dat genetische factoren meespelen, maar zeker is dat niet. Het is namelijk ook goed mogelijk dat in die families het borderlinegedrag van elkaar gekopieerd wordt. Het lijkt er op dat het functioneren van de hersenen en de leerstijl in hoge mate bijdragen aan de moeilijkheden die bij mensen met borderlineproblematiek spelen. In het kader van de leerstijl is het belangrijk dat de omgeving zich ervan bewust is dat de persoon met borderline belangrijke zaken leert met name door herhaling.(2)
De problemen beginnen zich meestal voor te doen in de puberteit en adolescentie: de periode dat een jongvolwassene een plaats moet gaan innemen in de maatschappij. De maatschappij van tegenwoordig lijkt hierin ook ongunstig: onze cultuur wordt niet meer gekenmerkt door orde en veiligheid zoals vroeger. Een eindeloze stroom informatie overspoelt mensen. Het individualisme viert hoogtij, waarbij weinig oog is voor mensen die meer zorg nodig lijken te hebben. Ook in kerken lijkt de onderlinge zorg verminderd. Zo missen mensen met borderlineproblematiek vaak de bescherming van een hechte gemeenschap waarin zij alsnog een gevoel van veiligheid zouden kunnen opbouwen. En verder: verslavende middelen worden gedoogd. Er is gemakkelijk aan te komen in ons land. Hierdoor is het voor mensen met borderlineproblematiek ook gemakkelijker om te vluchten in de wereld van alcohol/drugs, terwijl dit hun kwetsbaarheid in feite vergroot.
Is genezing mogelijk? Om tot genezing te kunnen komen van borderlineproblematiek, is het nodig dat de persoon in kwestie allereerst erkent dat hij of zij gezonde, verantwoorde hulp nodig heeft. De stap om hulp te vragen is dan ook de eerste maar vaak ook de moeilijkste. Het lijkt altijd veiliger om het eerst zelf proberen op te lossen.
Het is voor iemand met borderlineproblematiek nodig om vertrouwde maar ongezonde patronen van omgaan met anderen op te geven, omdat die niet leiden tot verbetering van de eigen situatie. Mensen met borderlineproblemen neigen nogal eens tot zwart/wit denken: iemand is voor hen óf geweldig, super, óf hij of zij is niets waard. Beide manieren van kijken naar andere mensen maakt dat in relaties met anderen er afstand blijft bestaan. Dat is ergens ook de bedoeling, uit angst en dus uit zelfbescherming. De ander wordt vaak ervaren als bedreigend. Daardoor ontstaat wantrouwen en worden manieren gezocht om de ander op afstand te houden. De leefwereld van iemand met borderlineproblematiek wordt dus als erg onveilig ervaren. Hij of zij voelt zich vaak onbegrepen en afgewezen door anderen.
Bij De Hoop zien we hoe mensen met borderlinekenmerken stabieler worden wanneer zij werken aan verdieping in hun relatie met God en met vertrouwde anderen. De Heere God ervaren als Rots in de branding met daarnaast zowel Vader- als Moederliefde werkt dit genezend en helpt hen op weg naar een gezonder, meer volwassen bestaan. Ook kunnen zij vanuit de waarheid van Gods Woord leren hun emoties beter te reguleren. Bijvoorbeeld: wraakgevoelens en boosheid mogen er zijn - de Psalmen staan er vol mee! - maar God komt de wraak toe (Psalm 4:5). Hij wil ons helpen om mensen te vergeven, waardoor er ruimte komt voor innerlijke genezing en bevrijding. Hulpverleners kunnen door hun luisterend oor en invoelend vermogen als het ware een goed zorgende ouder zijn voor de cliënt met borderlineproblematiek. Ze kunnen daarnaast de prikkel tot verandering van destructief gedrag aanbieden.
Goede structuur en het leren hanteren van grenzen ten opzichte van andere mensen en beëindigen van het gebruik van verslavende middelen, kan mensen met borderlineproblematiek verder helpen in de richting van een stabieler bestaan met gezonde Bijbelse waarden en normen. Het stimuleren van goede zelfzorg - door de cliënt met borderline aan te spreken op dat wat er nog gezond is - geeft vaak goede resultaten in de behandeling. De cliënt hervindt zijn/haar waarde weer, juist in relatie tot God als Liefhebbende Ouder en Coach. Hij/zij leert een nieuwe positie te vinden in Christus. Hij/zij vindt eerherstel als geliefd kind van God dat waardevol is en door wie anderen weer gezegend kunnen worden. Borderlineproblematiek met verslaving(en) is te genezen, zeker met hulp van Omhoog. Belangrijk is hierbij ook dat de cliënt weer kan gaan genieten van de gewone, dagelijkse dingen. Structuur en orde, autonomie en voldoende ruimte voor ontspanning, het zijn zaken die belangrijk en behulpzaam zijn voor de cliënt met borderlinekenmerken en waarbij de omgeving kan helpen. De Hoop Magazine, Tanja Vosloo
(1) Weeghel e.a. (2) Arthur Hegger, pp. 69 - 74
Gebruikte literatuur J. van Weeghel, A. Elling, J. van der Marck (red.) (1997). Dubbele diagnose. Dwalen tussen psychiatrie en verslavingszorg. Trimbos-reeks 97-16, Trimbosinstituut: Utrecht, 1997 Arthur Hegger (2003), Wat Borderline met je doet, Boekencentrum: Zoetermeer J.J.L. Derksen en H. Groen (red.) (1994), Handboek voor de behandeling van borderline patiënten, De Tijdstroom: Utrecht Henk Rispens (2004), Dubbeldiagnose - een zorgplan voor Stichting De Hoop, Dordrecht (niet gepubliceerd) Marsha M. Linehan (1996), Borderline persoonlijkheidsstoornis, handleiding voor training en therapie, Swets & Zeitlinger: Lisse Wies van den Bosch en Steven Meijer (2002), Zoeken naar balans, Swets & Zeitlinger: Lisse
|