Vergeving van zonden
"En in Hem hebben wij de verlossing door zijn bloed, de vergeving van de overtredingen, naar de rijkdom zijner genade" (Efeze 1:7) ‘Vergeving van zonden', is een onderwerp waarmee we onszelf vandaag de dag niet zo populair maken. Bij nietchristenen is dat zo, maar helaas óók bij christenen. We praten, ook in sommige christelijke hulpverlening, liever over tekortkomingen, over zwakheden, over kwetsbaarheden, over vergissingen. Het woordje ‘zonde' proberen we zoveel mogelijk te vermijden. Want als je zegt dat iets een zonde is, dan veroordeel je daarmee een ander. En we blijven liever vriendelijk...
Toch gaat het bij vergeving van zonden om iets heel belangrijks. De Here Jezus, de Zoon van God, kwam niet om ons van onze zwakheden, vergissingen enzovoorts, te verlossen; Hij kwam niet om ons mens-zijn een beetje op te poetsen en ons, met alle eerbied, een aai over onze bol te geven omdat we er zelf eigenlijk ook niet zoveel aan kunnen doen. Nee, Hij kwam om ons te bevrijden van onze zonden. Het was echt grondig mis met ons.
Paulus vertelt in de eerste hoofdstukken van zijn brief aan de Romeinen dat geen enkel mens de dans ontspringt, of je nu een verschrikkelijke zondaar bent, een fatsoenlijke zondaar of zelfs een godsdienstige zondaar. Maar zondaars zijn we allemaal. Niemand van ons kan vanwege onze zonden in Gods tegenwoordigheid komen. Hij is immers te heilig. We kunnen onszelf niet verbeteren.
God zond Zijn Zoon om ons van onze zonden te redden. De Here Jezus wilde de straf voor onze zonden dragen. We krijgen daaraan deel, door bekering, door onze zonden te belijden. God verzekert ons van Zijn vergeving als we dat doen (1 Johannes 1:9). En niet alleen dat, de Here Jezus heeft ook de macht van de zonde in mijn leven principieel gebroken. Vergeving van zonden is niet vrijblijvend: ‘Wie zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar wie ze belijdt en nalaat, die vindt ontferming' (Spreuken 28:13). Vergeving van zonden leidt tot geluk: ‘Welzalig (gelukkig) hij wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is' (Psalm 32:1); het bewerkt liefde: ‘Wie veel vergeven is, heeft veel lief' (Lucas 7:47), en het bewerkt heilige eerbied (‘vrees') voor God: ‘Bij U is vergeving opdat Gij gevreesd wordt' (Psalm 130:4).
De Hoop Magazine Januari 2009 Auteur: Teun Stortenbeker
|