Werkend geloof
Hoe kan Paulus zeggen dat Abraham gerechtvaardigd is door geloof (Romeinen 4 vers 13), terwijl Jakobus beweert dat Abraham gerechtvaardigd is door werken (Jakobus 2 vers 21)? Proclameert Paulus het genade-evangelie en Jakobus de werken-theorie? Spreekt de Schrift zichzelf tegen? Natuurlijk niet! Paulus is er duidelijk over dat de werken van de wet niet tot behoud leiden. Hij verdedigt de rechtvaardiging door geloof alleen. Dat doet hij in een situatie waarin mensen, onder invloed van het Jodendom, allerlei wetten in het christendom proberen in te sluizen. Paulus schrijft in een context van conflict: conflict tussen de voldoende genade in Christus en de wetten die door Joods-gezinden als extra voorwaarde voor behoud werden opgelegd. In die situatie, houdt hij een pleidooi voor het geloof.
Werken voortvloeiend uit geloof Jakobus, spreekt echter in een context waarin christenen het nogal gemakkelijk namen: zij beweerden geloof te hebben, maar dat was niet aan hun werken te zien. In die situatie, houdt hij een pleidooi voor de werken. Nadat God spreekt met Zijn levenwekkend Woord, demonstreert echt geloof liefde en roept het op tot daden.
Reddend geloof Goede werken, als vrucht van het geloof, zijn onmisbaar om gerechtvaardigd te worden, want zij bewijzen de echtheid van het geloof! Zij zijn een voorwaarde voor eeuwig leven, de bevestiging van onze roeping (2 Petrus 1 vers 10). Wat een genade ligt in die werken: ze zijn door God bereid, die het willen en het werken in ons werkt (Filippenzen. 2 vers 12 en 13). Reddend geloof leidt niet tot passief afwachten tot God iets doet, maar doet iets met wat God al heeft gegeven. Reddend geloof is door genade werkzaam, het wekt liefde die inspanning met zich meebrengt en het biedt hoop die volharding vergt (1 Tessalonicenzen 1 vers 3). Gebruik dus de genade niet als uitvlucht om niet te moeten werken!
Werkzaamheid van God Onze geloofswerken bewijzen niet onze kracht, maar de werkzaamheid van God. God heeft het niet nodig dat wij Hem dienen (Handelingen 17 vers 24 en 25). Hij dient ons en geeft ons Zijn leven! Ons onvermogen is zo oneindig, dat wij niet in staat zijn Hem te dienen. Zijn volmaaktheid is zo compleet, dat Hij niets van ons nodig heeft. Hij heeft geen behoeften waaraan wij kunnen voldoen. Nooit had iemand gedacht dat God geen dienaars zoekt, maar Zelf wil dienen wie op Hem wacht (Jesaja 64 vers 4; 2 Kronieken 16 vers 9; Marcus. 10 vers 45). Elke stap die wij zetten in gehoorzaamheid, is een stap die Hij door Zijn Geest in ons bewerkt. Elk werk dat wij verrichten is bijkomende genade. Hoe meer wij Hem dienen, hoe meer wij in het krijt staan. We kunnen God niets terugbetalen uit dankbaarheid, want alles wat wij geven komt al van Hem.
Dit artikel is met toestemming overgenomen uit: Jef De Vriese, Tijdschrift, Magazine voor Pastoraat, Gezin en Gemeenteopbouw, van het CPC. Kijk voor meer informatie over het CPC op http://www.pastoralecounseling.org/.
|