Chemie van verslaving
Het gebruik van genotmiddelen is zo oud als de mensheid. De manier waarop met genotmiddelen werd en wordt omgegaan verschilt van tijd tot tijd én van plaats tot plaats. In bepaalde culturen was en is het gebruik van bepaalde bewustzijnsveranderende middelen geïntegreerd in de samenleving, in andere culturen is het gebruik van middelen streng verboden. In onze eigen samenleving kunnen we wat het eerste betreft denken aan alcohol. Het geïntegreerd zijn van een middel in een maatschappij, zegt echter nog niets over de gevaren die met dit middel verbonden zijn. Alcohol zorgt in onze maatschappij voor zeer forse schade. Het is het middel waaraan in Nederland de meeste mensen verslaaf zijn. Op de vraag waarom mensen verslaafd raken, wordt door de auteurs van het boek ‘Chemie van verslaving', over genen, hersenstofjes en sociale zwakte gepoogd antwoorden te formuleren. Die antwoorden zoeken de auteurs met name in de uitkomsten uit genetisch en neurobiologisch onderzoek. Wat gebeurt er nu eigenlijk in het lichaam, en dan met name de hersenen, als drugs (inclusief alcohol en tabak) worden gebruikt? Op een uiterst toegankelijke manier wordt de lezer bij de hand genomen bij het kennisnemen van de ontwikkelingen op het gebied van hersenonderzoek. Het boek is niet een opeenstapeling van dorre feiten. Door op een krantenachtige wijze te schrijven, waarbij de verschillende deskundigen worden geïnterviewd, en daarbij ook via kaders achtergrondinformatie te verstrekken, krijgt de lezer in kort bestek een overzicht van wat er anno 2008 speelt ten aanzien van de visie op en behandeling van verslaving. Geen kritiek? Toch wel. Afgaande op de titel kan wellicht gesteld worden dat die kritiek niet terecht is, maar het boek beziet verslaving wel wat al te eenzijdig vanuit een biomedische invalshoek. Verslaving is, zo zegt men, een chronische hersenziekte, en aan die visie kan eigenlijk niet getornd worden. Een aantal kritiekpunten van die visie komen wel aan bod - zo weten de onderzoekers wel dát er wat gebeurt in de hersenen wanneer drugs gebruikt worden, maar niet ten volle wát dat dan betekent. Verder laat alleen de geïnterviewde socioloog Peter Cohen in het boek een sterk afwijkend geluid horen. Maar ook vandaag zijn er in Nederland en daarbuiten nog velen die - met de erkenning van de invloed van drugs op de hersenen - verslaving niet willen beschrijven in termen van hersenziekte, maar voluit oog hebben van de psychosociale (en existentiële!) zijden van verslaving. Het boek had aan waarde gewonnen als ook die visies wat duidelijker aan bod waren gekomen. Desalniettemin, ‘Chemie van verslaving', over genen, hersenstofjes en sociale zwakte is een waardevol boek dat voor iedereen die, in welke hoedanigheid ook, met verslaving te maken heeft nuttige informatie bevat. In een eventueel volgende editie van het boek is dan wel raadzaam om feitelijke gegevens goed te vermelden. In de lijst achterin wordt De Hoop ten onrechte genoemd onder de ‘Onlinebehandelingen', dat had ‘Instellingen voor verslavingszorg' moeten zijn. N.a.v. A. Krabben, T. Pieters en S. Snelders, Chemie van verslaving. Over genen, hersenstofjes en sociale zwakte, Houten, Prelum Uitgevers 2008, ISBN: 9789085620440,prijs: 24,50 euro
|