Pastoraat en preventie
Onderstaand gedeelte is een bewerking van de spreekbeurt van ds. Arthur Snijders op een studiedag. Wat is de zorg van de gemeente van Jezus Christus voor het gezin? Deze vraag roept een aantal nieuwe vragen op. Wat bedoelen we met die zorg, wat kun je er als gemeente mee doen en - belangrijker - wie is de gemeente op het moment dat er actie wordt verwacht? De gemeente dat zijn wijzelf en dat brengt beperkingen met zich mee die haaks lijken te staan op ons verlangen om zorg te dragen.
Pastoraat en preventie moeten we omdraaien om de juiste volgorde te bereiken. Het zwaartepunt van de zorg van de gemeente zal bij preventie moeten liggen en dat valt niet mee. De nood die zich opdringt is vaak heel schrijnend en vraagt om een goed antwoord en daar kan heel veel tijd in gaan zitten die je als gemeente niet in preventie kunt stoppen. Waar denken we aan bij preventie? Twee dingen: onderwijs en relaties. Dat heeft niet in de eerste plaats te maken met schoolbanken of cursussen, al hoort dat er wel bij. Twee andere woorden in dit verband: waarheid en liefde.
Onderwijs/waarheid Een gemeente moet een beeld hebben van wat een gezond gezinsleven is. De bijbel begint daar in Gen. 1 en 2 zelf mee, nog voordat de problemen beginnen. Daarvan moeten we als gemeente een juiste notie hebben. Dat is ook één van de redenen dat Paulus Timotheüs een taak oplegt in het zorgen voor de gemeente. Hij moet zowel probleem behandelend als probleem voorkomend optreden. Het gereedschap dat hij daarbij moet gebruiken is de waarheid. Niet alleen om de gemeente leerstellig zuiver te houden, maar ook om ontwrichting van menselijke en gezinsrelaties te voorkomen en corrigeren. (1Timotheus 1:3 -5 en 8-11, 2Timotheus 3:16 ,17)
Relaties Als er iets is dat problemen laat groeien, is het wel de afwezigheid van relaties met enige diepgang. Juist relaties maken het mogelijk dat je inspringt bij elkaar.
Van preventie gaan we over naar pastoraat via een scharnierpunt: signaleren. Onderwijs (het goede plaatje in je hoofd) plus relaties maken signaleren mogelijk. Daarin is de gemeente in een unieke positie want er zijn niet zoveel verbanden waarin je zowel de ouders als de kinderen in een natuurlijke omgeving ziet. Natuurlijk betekent "niet probleem gericht". Iemand komt niet in de gemeente omdat hij problemen heeft maar om God te zoeken. Daarom leiden signaleren en interpreteren niet altijd tot pastoraat. Gemeenteleiding neemt een belangrijke plaats in, in dit scharnierpunt. Knelpunten kunnen zijn dat bijv. kinderwerkers en gemeenteleiding de weg niet weten naar elkaar, of dat de gemeenteleiding opgaat in volwassenen of organisatieproblemen.
Pastoraat in de gemeente kan verschillende vormen aannemen. 1. Bespreking en oplossing van het probleem. Raad geven aan ouders of kinderen. 2. Doorverwijzing en therapeutisch pastoraat. Problemen kunnen heel structureel en diepgeworteld zijn. Een gemeente moet dan weten hoe ver ze kan gaan en hoe men doorverwijst naar deskundige hulpverleners.
Wat kan die gemeente doen? Het lijkt vanzelfsprekend dat die gemeente er alles aan kan doen, maar de meeste gemeenten lijden aan het taartpuntensyndroom. Het ontbreekt kinderwerkers meestal niet aan visie of ideeën, maar ze lopen tegen een muur van taartpunten aan. De beschikbare taart in de visie van gemeenteleiding aan mensen, tijd, geld en energie is niet groot genoeg voor alle nood en behoeften. Dat betekent dat we het misschien anders moeten zien. Wat de gemeente kan doen aan zorg voor het gezin, kunnen we zien als een springplank. De springplank vergroot door z'n veerkracht het effect van de inspanning die geleverd wordt.
Het vaste, stevige gedeelte is de waarheid zoals God die over Zichzelf, Zijn wereld en Zijn redding heeft geopenbaard. Het flexibele gedeelte is Zijn liefde in mensen en tussen mensen, liefdevolle relaties. De sprong is het dienen van God in deze wereld, want daar mondt het in uit: de Heer dienen middenin onze alledaagse wereld. Dat is iets anders dan alle nood oplossen.
De springplank is niet veel waard zonder de standaard die de hoogte in reikt. De gemeente is veel meer dan een sociale club met bewogen mensen. Het is de plaats waar de Heilige Geest ons door Jezus Christus de weg omhoog wijst.
De springplank staat in de wereld. Je bent gemeente in een klimaat van de wereld om je heen. We leven in een gefragmenteerde tijd, de stukken van ons leven lijken slecht aan elkaar te hechten. En misschien is daarom ook het pastorale effect soms zo klein. Een bodem lijkt te ontbreken voor het advies dat we geven.
We moeten niet overgeestelijk worden als het gaat om kinderen. De meeste problemen van kinderen hebben niet direct te maken met geestelijke zaken. Gepest worden op school, hyperactiviteit, omgaan met boosheid en relatieproblemen. Maar die maken wel deel uit van Gods schepping waaraan ook kinderen ons steeds herinneren. Dat betekent dat als we de behoeften van kinderen negeren, we Gods schepping en Zijn structuur en samenhang negeren. Ruimte om te spelen, ritme en regelmaat, omgaan met mensen en dieren, het hoort er allemaal bij "want alles wat God geschapen heeft, is goed." Een uitstekend boek hierover is 'Wijs me de weg' van prof. ter Horst.
Tot slot een aantal aandachtspunten en tips: - Hoe is de toegankelijkheid van de predikant of voorganger? - Wat zit er in het cursusprogramma van de gemeente? - Houden activiteiten rekening met het gezinsleven, met éénoudergezinnen? - Zijn er gemeenschapsstructuren? - Zijn er pastoraatstructuren? - Werk plannen uit op papier en hou vast aan visie! - Denk mee bij het ontwikkelen van nieuwe plannen!
|