Benny: "Als ik gebruikte, had ik het gevoel dat ik niet bestond"
Dit jaar bestaat De Hoop 35 jaar. In die 35 jaar zijn er duizenden mensen te gast geweest bij De Hoop. Eén van hen was Benny (50). Het is meer dan twintig jaar geleden dat hij werd opgenomen bij De Hoop. We spraken met hem over zijn leven vóór zijn opname en over zijn leven nu.
Benny groeide op in een groot Moluks gezin. Toen hij tien jaar was, veranderde zijn leven voorgoed toen voor zijn ogen zijn vader werd doodgeschoten. Twee jaar later kwam hij voor het eerst in aanraking met drugs, via vrienden. "Het begon met een sigaret," vertelt Benny. "Ik kende mensen die wat in die sigaret deden: marihuana. Ik was veel met muziek bezig. In die tijd hoorden blowen en muziek bij elkaar. Het was raar als je het niet deed." Door de muziek kwam Benny veel op festivals, waar hij ook kennismaakte met harddrugs. Toen hij zestien was gebruikte hij al heroïne. "Lekker vond ik het eigenlijk niet. Ik werd er in het begin benauwd van. Later werd het als een medicijn voor me. Als ik gebruikte had ik het gevoel dat ik niet bestond, dat ik weg was uit de wereld. Het verdoofde me, sneller dan alcohol. Waarom ik die verdoving zo lekker vond, daar dacht ik niet over na."
Duisternis Tot zijn 31e wordt het leven van Benny door drugs bepaald. "Ik zat helemaal in de muziekscene. Daar hoorden drugs er echt bij. De duisternis wist me altijd te vinden. Waar ik ook kwam werden me drugs aangeboden. Ik ging naast heroïne ook cocaïne gebruiken. Eigenlijk gebruikte ik alles wat ze me gaven. Er zijn momenten geweest dat het niet veel scheelde of ik was dood geweest."
Kerk Uiteindelijk komt Benny bij De Hoop terecht. Eén van zijn zussen is al eerder opgenomen. Ook zij heeft een drugsprobleem. Benny: "Mijn zusje heeft heel lang gebeden dat ik ook zou komen. Ik wilde niet. Ik zei altijd: ‘Voor jou is het goed, maar voor mij hoeft het niet.' Wat ik niet wist, is dat andere zusjes in hun kerk met een project bezig waren waarbij ze baden voor familieleden die ze graag tot bekering zagen komen. Eén zusje kwam steeds bij me op bezoek. Ze nam schone kleren voor me mee en bracht me telkens van Arnhem helemaal naar Rotterdam om naar de kerk te gaan." Benny vertrouwt zijn hart aan God toe. Kort daarna heeft hij een bijzondere ervaring tijdens een bid- en vastenweek. "Ik voelde letterlijk dat er een loodzware last van mijn schouders werd afgenomen. Toen ik daarna weer bij mijn vrienden kwam, dachten ze dat ik gek was geworden. Ik kon alleen nog maar over Jezus praten." In diezelfde week heeft Benny ook een gesprek om zich op te laten nemen bij De Hoop.
Saamhorigheid De eerste dagen van zijn opname is Benny door de afkickverschijnselen erg ziek. "Mijn zus zei dat ik met God moest leren praten. Dat deed ik. Dan vroeg ik of Hij me wilde reinigen met Zijn bloed. Verder voelde ik me bij De Hoop gelijk thuis. Ik had het idee dat ik er eindelijk bij hoorde. Die saamhorigheid, dat deed me denken aan vroeger, aan mijn familie." Benny blijft drie jaar in De Hoop. "Ze wisten op een gegeven moment niet wat ze met me aan moesten. Ik schreef schriften vol over God, maar ik gaf me niet bloot. Toen raadde mijn zus me aan om eens na te gaan denken over waarom ik drugs was gaan gebruiken. God liet me zien dat het door de dood van mijn vader kwam. Daarna ben ik hele dagen aan het huilen geweest. Ik huilde overal waar ik kwam. Gewoonlijk zou ik me daarvoor geschaamd hebben, maar nu was de Heer erbij."
Vertegenwoordiger van Jezus Na zijn behandeling verbreekt Benny de band met De Hoop niet gelijk. Hij werkt eerst als vrijwilliger en later als banenpooler bij De Hoop. Inmiddels is hij onderwijsassistent op een middelbare school. Hij is al bijna twintig jaar clean en er is veel veranderd in zijn leven. Zo is hij getrouwd en vader van drie kinderen. "Teun Stortenbeker (voorzitter Raad van Bestuur van De Hoop ggz - red.) zei eens dat wij als oud-cliënten van De Hoop allemaal vertegenwoordigers van Jezus zijn. Wij hebben Nederland wat te vertellen. Wij hebben zoveel om aan anderen door te geven. Wij zijn licht in het duister. In mijn werk en daarbuiten laat ik zien hoe mijn bestaan als christen is, probeer ik een voorbeeld te zijn. Het maakt wat uit wie wij zijn geworden!"
De Hoop Nieuws, mei 2010
|