![]() Brochure 'Dat doet mijn kind niet, toch?''Dat doet mijn kind niet, toch?' Een hele normale en begrijpelijke reactie van ouders die nadenken over het gebruik van verslavende middelen. Toch laat de praktijk een ander beeld zien. Ouders die van hun kinderen nooit verwachten dat ze verslaafd raken, moeten vaak constateren dat ze er al die tijd naast hebben gezeten. Verslaafde jongens en meisjes die zijn opgenomen bij De Hoop komen niet alleen uit gebroken gezinnen of andere instabiele situaties. Een gedegen opvoeding is niet altijd een garantie dat uw kind geen verslavende middelen zal gebruiken. Daarom is het belangrijk dat ouders eerlijk kijken naar hun kinderen. Het is verleidelijk om de waarheid niet onder ogen te zien, wanneer er problemen lijken te zijn. Die waarheid kan hard zijn in het geval van verslaving. Brochure Signaleren in vijf stappen De tweede fase is het waarnemen en interpreteren van verschijnselen van drugsgebruik. De brochure benadrukt dat de waargenomen verschijnselen bij een (beginnend) gebruiker meestal voor velerlei uitleg vatbaar kan zijn. Een euforische of depressieve stemming kan bijvoorbeeld te maken hebben met een beginnende of beëindigde verkering. Bovendien komt het experimenteren met drugs vooral in de puberteit voor: een periode die gekenmerkt wordt door het zoeken naar grenzen en een eigen identiteit. Kortom: een periode van verandering. Voor volwassenen is het moeilijk om te bepalen welke veranderingen normaal zijn voor de puberteit en welke veranderingen op gebruik kunnen wijzen. In ieder geval is het goed om nooit op één kenmerk af te gaan. Pas wanneer een aantal verschijnselen tegelijk waargenomen worden, kan dat een indicatie voor drugsgebruik zijn. De volgende stap is het bepalen van het eigen standpunt over het middel. Wat vind de ouder van het feit dat dochterlief alcohol drinkt, rookt of blowt? Wat zijn de directe effecten van het middelengebruik op de gebruiker? Bij welk gebruik is er gevaar voor of sprake van verslaving? Hoe is de wetgeving ten opzichte van het middel en het gebruik daarvan? Allemaal vragen die een ouder zich moet stellen alvorens de volgende fase in te gaan. Na het bepalen van eigen standpunt is het goed om als ouder je vermoeden te toetsen aan de waarneming van anderen. Om uit te sluiten dat de geconstateerde verschijnselen andere oorzaken hebben dan drugsgebruik, is het goed om uw vermoedens voor te leggen aan andere mensen die regelmatig contact hebben met de vermoedelijke gebruiker. Voorwaarde hierbij is dat u mensen zoekt die in vertrouwen genomen kunnen worden. Er moeten geen consequenties voor de vermoedelijke gebruiker volgen voordat er een open gesprek heeft plaatsgevonden. Wanneer het vermoeden wordt bevestigd of wanneer de ouder blijft twijfelen, is het goed om de laatste stap te nemen: in gesprek gaan met de vermoedelijke gebruiker. Wanneer een ouder vanuit een gezagspositie een open gesprek moet voeren met een jongere over verboden middelengebruik staat deze voor een moeilijke taak. Het basisprincipe van waaruit het gesprek gevoerd wordt, moet in ieder geval zijn: afwijzing van het gedrag, maar niet van de persoon. De ouder laat dus duidelijk merken dat hij of zij het gebruik afwijst, maar laat de persoon in zijn waarde. In de brochure ‘Dat doet mijn kind niet, toch?' worden deze vijf stappen uitgebreid beschreven. Verder geeft het ook advies aan ouders hoe zij na het signaleren van drugsgebruik verder kunnen handelen. u kunt de brochure bestellen via het informatiecentrum van De Hoop: (078) 6 111 222 of info@dehoop.org. |
Meer informatie |
|
Ervaringsverhalen |
Aanbevolen: |
|
€14,25 |
|
| Save seks Een boekje open over seks voor jongeren vanaf een jaar of dertien, maar geschreven voor iedereen die wil nadenken over zijn of haar seksualiteit. Dit...... |
|







