Arno: “Ik ben niet bang meer voor de dood"
Arno Martina (52) is vastbesloten, als hij in augustus 2006 binnenkomt bij De Hoop ggz. Hij wil stoppen. Stoppen met zijn cocaïneverslaving, met de criminele wereld en met zijn vernietigende levenswijze. Tijdens zijn eerste behandelweek wordt hij enorm door God aangeraakt. Arno: "Ik zat in de kerkbank te huilen."
"Ik had nog nooit zoiets meegemaakt. De voorganger vertelde dat God van mij hield zoals ik was. Dat raakte mij enorm", vertelt Arno. Op dat moment heeft hij een lange weg achter de rug. Arno groeit op in Curaçao. Op elfjarige leeftijd begint hij wiet te roken met oudere jongens uit de buurt. Vier jaar later verkoopt hij zelf wiet. "We hadden thuis een groot gezin. Ik moest altijd lang wachten als ik nieuwe kleding nodig had. Ik wilde niet zo lang wachten en ging dealen. Zo kwam ik in de criminele wereld terecht." Het gaat van kwaad tot erger. Arno raakt verslaafd aan base, een rookbare vorm van cocaïne. Een aantal keren probeert hij, tevergeefs, af te kicken. "Elke keer begon de ellende opnieuw. Ik leefde op straat en had veel problemen. Mijn moeder vreesde voor mijn leven." In 1992 haalt ze Arno over om naar zijn zus in Nederland te gaan, in de hoop dat een compleet andere omgeving zal helpen.
Gevangenis Na negen maanden loopt het spaak in Nederland. Arno begint weer met gebruiken en met dealen. Hij gaat van opvangcentrum naar opvangcentrum. Soms gaat het even goed, maar telkens valt hij weer terug. Hij smokkelt twee kilo drugs uit Curaçao naar Nederland. Op Schiphol betrapt de douane hem en hij belandt in de gevangenis. Arno: "Het was een moeilijke tijd. Ik was alles kwijt. Ik werd vroeg vrij gelaten wegens goed gedrag, maar eenmaal op vrije voeten ging ik weer de mist in." Zijn broer is ondertussen opgenomen bij De Hoop. Hij probeert Arno over te halen af te kicken en ook naar De Hoop te komen. In 2006 belandt Arno in een daklozenopvang. "Op een morgen werd ik wakker en keek om me heen. Ik zag dezelfde mensen als altijd. Ik wilde niet meer. Ik voelde dat ik moest stoppen met deze manier van leven en wel nu meteen. Van mijn broer kreeg ik het nummer van De Hoop." Arno meldt zich aan. Na vijf maanden op de wachtlijst wordt hij opgenomen bij De Hoop ggz.
 Kanker Vanaf het begin verloopt Arno's behandeling bij De Hoop voorspoedig. Hij voelt zich veilig bij zijn begeleiders en komt langzamerhand los van zijn verslaving. Hij valt één keer terug. "Ik was met verkeerde vrienden op stap en heb sigaretten gerookt. Meteen daarna dacht ik: ‘Hiervoor ben ik hier niet gekomen'. Sindsdien ben ik niet meer met die vrienden uitgegaan." Arno krijgt een werkervaringsplek bij het grafisch centrum van De Hoop. Het werk bevalt hem erg goed, maar in augustus 2007 wordt Arno plotseling ziek. Na veel onderzoeken vertellen de artsen hem het ernstige nieuws: hij heeft beenmergkanker. "Ik was zo boos, zo teleurgesteld en bovendien ontzettend bang. Ik vroeg me af waarom mij dit gebeurde, terwijl ik mijn leven eindelijk op orde had. Ik had zo'n pijn dat ik niet uit bed kon opstaan." Een bevriende christen komt langs en vraagt Arno of hij Jezus als Verlosser heeft aangenomen. Arno: "Ik had dit nog niet gedaan. We baden samen en vroegen Jezus of Hij in mijn hart wilde komen. Op dat moment voelde ik dat ik veranderde. Alle angst, verdriet en boosheid verdween. Ik was niet meer bang voor de pijn. Ik liet me hetzelfde jaar nog dopen."
Vrede Op dit moment is Arno vier jaar clean. Na een lange behandeling met chemokuren en bestralingen is de kanker gestabiliseerd. Arno is nog niet volkomen genezen, maar hij geniet weer van zijn leven. Na het afronden van zijn behandeling bij De Hoop verhuisde hij naar Zwijndrecht. Hij heeft veel vrienden gekregen bij de kerk waar hij is aangesloten. Alhoewel hij door zijn ziekte tijdelijk arbeidsongeschikt is, werkt hij nog steeds bij het grafisch centrum, als vrijwilliger. "Het grafisch centrum is echt mijn plekje. De mensen zijn er te vertrouwen. Mijn collega's respecteren me en het werk is erg leuk. Ik merk dat ik hier erg goed in mijn vel zit", vertelt Arno enthousiast. "De vrede die ik in 2007 in het ziekenhuis voelde, ervaar ik nog steeds. Mijn toekomst is onzeker, maar ik ben niet bang meer voor de dood. Ik weet dat God met mij is."
|