De Overbrugging

De negen leefgebieden

De volgende negen leefgebieden waarmee ieder mens in aanraking komt, staan centraal in de groeps- en persoonlijke begeleiding bij De Overbrugging:
 
1. Huisvesting 
De dagelijkse praktijk van het in één huis wonen met anderen kan voor u als leerplek functioneren. Hoe leeft u met anderen samen? Kunt u na dit traject weer volledig zelfstandig wonen of moet er gezocht worden naar nog een tussenvorm, of naar een permanente beschermde woonvorm? 
 
2. Financieel beheer 
Uw financiële situatie wordt met u in beeld gebracht. Veelal bestaan de inkomsten van cliënten bij binnenkomst uit een uitkering en bij vertrek veelal uit loon door arbeid. Uitgaven zijn mede afhankelijk van persoonlijke omstandigheden. Door schulden blijft er soms weinig geld over per maand. Hoe kunt u hier verstandig mee omgaan?
 
3. Sociaal functioneren 
Sociaal functioneren betreft uw relatie tot anderen: uw gezin, familie en vrienden, andere cliënten, hulpverleners en/of werkgever. Vaak is er veel stuk gegaan in de loop der jaren en moet er veel opgebouwd worden. Hoe communiceert u met anderen? Hoe kunt u werken aan herstel van relaties? Wat komt er bij kijken om een stevig sociaal netwerk op te bouwen? Daarnaast bestaat het sociaal functioneren uit contacten met instanties, zorginstellingen, politie en justitie. Hoe ga je met anderen om? Wat is prettig en wat voldoet niet?
 
4. Psychisch functioneren 
Bij psychisch functioneren gaat het om uw functioneren in relatie tot uzelf, uw geestelijk welbevinden. Problemen op dit gebied kunnen zijn oorsprong vinden in traumatische ervaringen, zoals bijvoorbeeld verwaarlozing, incest of mishandeling. Hoe kunt u werken aan uw zelfbeeld, zelfvertrouwen en zelfwaardering? Bij specifieke vragen en problemen verwijzen wij u door naar een psychiater of psycholoog. 
 
5. Zingeving 
Bij zingeving gaat het om vragen die betrekking hebben op het doel en de zin van het leven. Hierbij gaat het vooral om uw beleving. Wat is uw levensovertuiging? Iemands waarden en normen kunnen sterk bepaald worden door geloofsovertuiging, godsdienst en cultuur. In dit kader kunt u tijdens de thema-avonden ook de Alpha-cursus volgen, een cursus waarbij u kennis maakt met het christelijk geloof.
 
6. Lichamelijk functioneren 
Het lichaam is voor sommigen een soort vuilnisvat geweest. Zelfzorg wordt bij resocialisatie weer belangrijk. Wat eet u? Gaat u elke dag onder de douche? Hoe zien uw kleren eruit? Ook sporten is een verplicht onderdeel van het programma. Sporten zorgt ervoor dat u in beweging blijft en kan u helpen om frustraties op een goede manier te leren uiten. 
 
7. Praktisch functioneren 
Het praktisch functioneren gaat om alles wat de huishouding betreft, zoals: tuinonderhoud, corvee, wassen, koken en strijken. Maar ook het zelfstandig schrijven van een zakelijke brief en een instantie te woord staan komen aan de orde. Ook al uw weekopdrachten vallen onder deze noemer. 
 
8. Dagbesteding 
Onder dagbesteding verstaan we activiteiten waarmee u uw dag indeelt, zoals (vrijwilligers)werk, scholing, vrijetijdsbesteding en hobby's. Een vaste dagindeling geeft u ritme, afleiding, ontspanning en kan contacten en relaties met anderen bevorderen. Bovendien draagt een vaste dagbesteding bij tot een positiever zelfbeeld, doordat persoonlijke kwaliteiten worden ontdekt en ontwikkeld.
 
9. Verslaving 
Hierbij komen vragen aan de orde die cliënten met een verslavingsverleden aan zichzelf moeten stellen. Hoe ga ik verder als ex-verslaafde? Hoe ga ik om met dealers en gebruikers die ik tegenkom? Kan ik nog naar een personeelsfeestje? Hoe leer ik tevreden zijn zonder kick? Hoe ga ik om met trekmomenten? Ook moet de cliënt leren accepteren, dat alcohol en/of drugs nooit meer kunnen. Gecontroleerd gebruik bestaat niet. Het motto is: Eén is teveel en duizend nooit genoeg.