Afwijzing: don'ts
Leven met afwijzing levert altijd bittere vruchten op. Om met afwijzing om te gaan, levert de persoon die zich afgewezen voelt, zich meer en meer over aan een verkeerde manier van denken.
We onderscheiden er een aantal:
Verzet De afgewezen persoon gaat zich afzetten tegen anderen (rebellie). "Ik kan het zelf wel. Ik heb anderen helemaal niet nodig". Er is sprake van groeiende onverschilligheid. Het verzet richt zich tegen de ouders, de directe omgeving, de school, de overheid, de kerk, God. De persoon vindt ook dat hij gerechtvaardigd is om zich te verzetten. "Dan hadden ze me maar niet zo moeten behandelen". Hij bouwt een muur van onaantastbaarheid om zichzelf heen. Niemand doet hem meer wat. De groeiende eenzaamheid die dat oplevert, verwelkomt hij zelfs tot op zekere hoogte. Maar tegelijkertijd knaagt het aan hem. Of hij begint anderen juist te minachten, zich hard op te stellen of te manipuleren.
Verdediging Het verzet kan ook de vorm van heftige verdediging aannemen. Kritiek wordt beschouwd als een aanval op zijn persoonlijke waardigheid en integriteit. Vermaningen van anderen legt hij naast zich neer. Niemand hoeft hem immers de wet voor te schrijven...
Overdreven aandacht trekken Een andere manier om om te gaan met (gevoelens van) afwijzing is door zich heel overdreven te gedragen. Het maken van veel grappen maken kan een dekmantel zijn van onzekerheid en minderwaardigheid. Aan de buitenkant doet de persoon zich voor alsof hij zijn leven onder controle heeft, maar aan de binnenkant is het een rommel.
Verbittering en zelfmedelijden De persoon die zich afgewezen voelt, kan ook de slachtofferrol aannemen. Hij voelt zich het slachtoffer van de omstandigheden, van de mensen om zich heen. Hij vindt dat hij het eigenlijk maar slecht getroffen heeft. Het is dan ook, zo is zijn stellige mening, volkomen terecht dat hij zich verbitterd voelt. "Begrijpt nou niemand hoe ik me voel?".
Vluchten Heel typerend voor het op een verkeerde manier omgaan met afwijzing, zeker ook bij verslaafden, is vluchten. Verslaving is bijna synoniem met vluchtgedrag. Dat vluchten kan op verschillende manieren: - in destructieve levenspatronen zoals boulimia, anorexia, druggebruik, alcoholisme, het slikken van pillen, overmatig ‘internetten';
- in perfectionisme: door zichzelf (te) hoge normen op te leggen en door veel te presteren wil iemand bewijzen dat hij wèl iets is. Als anderen waarderen wat hij doet, schakelt hij dat gelijk met liefde;
- in het najagen van materiële zaken, bijvoorbeeld door veel te winkelen of zich te buiten te gaan aan seksualiteit. Materiële bevrediging dient als compensatie voor gevoelens van afwijzing;
- in de zorg voor anderen: door de zorg voor iets of iemand anders op zich te nemen, hoeft hij niet zo veel aan zijn eigen gevoelens te denken.
|