Welke soorten angst zijn er?
Er kan bij angst onderscheid gemaakt worden tussen angst- of paniekaanvallen, vage voortdurende angstgevoelens en van angstgevoelens in bepaalde specifieke situaties.
Angst- of paniekaanval Bij een angst- of paniekaanval raakt de persoon in kwestie helemaal overstuur. Hij zweet, zijn hart bonst, hij wordt bleek, zijn knieën knikken. Hij ervaart de situatie als onbeheersbaar. Er kan sprake zijn van reëel gevaar maar ook van ingebeeld gevaar, bijvoorbeeld op basis van ervaringen in het verleden.
Angstgevoelens Als iemand te maken heeft met vage, voortdurende angstgevoelens, kan hij meestal nog wel redelijk functioneren. Toch blijft er het onbestemde gevoel dat er iets staat te gebeuren. De gevoelens belemmeren de ontspanning, het slaappatroon en de contacten met anderen.
Fobieën Bij derde categorie ervaren mensen dezelfde soort angstgevoelens maar dan alleen wanneer zij zich in specifieke situaties bevinden. Bekende voorbeelden zijn de zogenaamde enkelvoudige fobieën als angst om zich buitenshuis te begeven ('agorafobie', letterlijk: pleinvrees; drie procent van de bevolking heeft er last van), vrees voor kleine ruimten ('claustrofobie'), vrees voor spinnen en vrees voor sociale contacten of voor groepen mensen ('sociale fobieën'; vijf procent van de Nederlanders kampt hiermee). Er is hierbij feitelijk sprake van een irreële angst, er is namelijk geen sprake van een aanwijsbaar gevaar.
Agorafobie Voor iemand met agorafobie is reizen met de trein, naar een bioscoop gaan of zich bevinden in een grote menigte, een ware verzoeking. Iemand met een sociale fobie is enorm angstig voor situaties waarin hij zou kunnen 'afgaan', of door anderen negatief beoordeeld. Komen lijders aan fobieën toch in voor hen beangstigende situaties, dan is grote paniek het gevolg.
Wie aan een fobie lijdt, ervaart zichzelf als hulpeloos en onmachtig om aan de situatie te ontsnappen. Door zoveel mogelijk deze situaties te vermijden, isoleert hij zich meer en meer. Het normale dagelijkse functioneren wordt onmogelijk gemaakt. Hij ervaart dat hij de controle over zijn doen en laten verliest. Dat gaat gepaard met allerhande lichamelijke en psychische verschijnselen: gedachten dat men gek wordt, grote onrust, spanning, men krijgt last van kortademigheid, beklemming op de borst, hartkloppingen, versnelde hartslag en/of een gevoel van benauwdheid/verstikking, de spieren doen pijn, zijn gespannen, beven, trillen, transpireren, rillen, rusteloosheid. De maag speelt op, buikkrampen, misselijkheid, diarree, een droge mond, duizeligheid, klamme handen, etcetera.
Paniekaanvallen Wanneer iemand regelmatig deze paniekaanvallen heeft, wordt van een paniekstoornis gesproken. Nauw verwant aan het bovenstaande zijn de zogenaamde dwanggedachten (obsessies) of dwanghandelingen (compulsies).
|